Dit is waarschijnlijk het hardnekkigste misverstand in de matrassenwereld en het heeft generaties mensen op het verkeerde been gezet. De mythe stamt uit een tijd — de jaren vijftig en zestig — waarin orthopedische artsen een hard matras adviseerden op basis van de logica dat een stevige ondergrond de wervelkolom recht houdt. Sindsdien heeft uitgebreid wetenschappelijk onderzoek deze aanname weerlegd. Een matras dat te hard is, duwt op de uitstekende delen van het lichaam — schouder, heup en knie bij zijslapers, stuitje en schouderbladen bij rugslapers. Die drukpunten activeren pijnreceptoren en zetten de spieren aan tot compensatiewerk. De wervelkolom wordt niet recht gehouden maar trekt krom als de heupen en schouders niet kunnen wegzakken.
Een Spaanse studie uit 2003 toonde aan dat mensen met chronische lage rugpijn significant meer baat hadden bij een medium matras dan bij een hard matras. Het gaat niet om hardheid — het gaat om de juiste ondersteuning op de juiste plekken voor uw specifieke lichaam en slaaphouding.
