Iedereen droomt — elke nacht, meerdere keren. Of u zich dat herinnert hangt af van hoe uw slaap verloopt. Dromen vinden primair plaats tijdens de REM-slaapfase, die voornamelijk optreedt in de tweede helft van de nacht tijdens langere slaapcycli. Als u uw dromen niet herinnert, betekent dat in de meeste gevallen dat u goed slaapt — u wordt niet wakker tijdens de REM-fase.
Als u zich vroeger wel dromen herinnerde en dat nu niet meer doet, kan dat wijzen op verstoorde of ondiepere slaap. Een matras dat drukpunten veroorzaakt, nachtelijk zweten of slaapapneu kunnen de REM-slaap onderbreken of verkorten. Alcohol onderdrukt de REM-slaap sterk — mensen die ‘s avonds drinken slapen wel maar bereiken minder of kortere REM-fasen. Bepaalde medicijnen, waaronder antidepressiva en slaaptabletten, hebben eveneens invloed op de hoeveelheid REM-slaap.
