Insomnie is een klinische aandoening waarbij iemand structureel moeite heeft met inslapen, doorslapen of te vroeg wakker worden — ondanks voldoende gelegenheid om te slapen. Insomnie gaat gepaard met significante gevolgen overdag: vermoeidheid, concentratieproblemen, prikkelbaarheid en verminderd functioneren. Wanneer dit drie of meer nachten per week voorkomt gedurende drie maanden of langer, spreken artsen van chronische insomnie.
Slechte slaapkwaliteit is een breder begrip. U slaapt misschien voldoende uren maar bereikt niet de diepe, herstellende slaapfasen. De oorzaak hoeft geen psychologische component te hebben — een slecht matras, een te warme omgeving of een verkeerd kussen kan de slaapkwaliteit aanzienlijk verminderen zonder dat u klinisch insomnie heeft.
Het onderscheid is belangrijk omdat de aanpak verschilt. Bij insomnie is cognitieve gedragstherapie voor insomnie — CGT-i — de meest effectieve bewezen behandeling. Bij slechte slaapkwaliteit door omgevingsfactoren begint de oplossing bij de slaapomgeving zelf en helpt goed slaapgereedschap in elk geval.
